Poolgebieden | Seven Worlds, One Planet
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Wat weet je van het dier?

 

Soms weet je al veel van een onderwerp. Daardoor kun je makkelijker een werkstuk maken.

  • Lengte
  • Hoogte
  • Gewicht
  • Huidskleur
  • Let op de plek van de zintuigen
  • Hoe is het dier aangepast aan zijn omgeving?

 

 

Teken het dier.

 

Hoe ziet, hoort, proeft, ruikt, voelt het dier?


Heeft het dier speciale zintuigen? Vertel daar iets over.

 

Zintuigen zorgen ervoor dat een dier snel zijn omgeving kan overzien. Dit is belangrijk om te overleven.

 

Waar leeft het dier? (Welk werelddeel, land)Waarom leeft het dier juist daar?


Wat kun je vertellen over het klimaat in zijn leefomgeving?

 

Hoe ziet zijn leefomgeving (habitat) eruit?

 

Voorbeeld: de bodem van het bos is de leefomgeving (habitat) van een regenworm.

Habitat komt uit het Latijn en betekent 'het bewoont'.

(Advertentie voor leraar of ouder)

 

Hoeveel jongen krijgt het dier?

 

Wat is de draagtijd?

 

Hoe worden de jonge dieren verzorgd en beschermd?


Hoe lang blijven ze bij de ouders?


Hoe oud kunnen de dieren worden?

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

In Arctica en Antarctica leven niet dezelfde dieren. Op de zuidpool is de oceaan woest en het klimaat erg guur.

 

Noordpool

 

Bron: Wapiti december 2004

 

Leeft het dier alleen, in paren of in groepen?


♦ Heeft de groep een leider?


♦ Hoe wordt het dier een leider van de groep?

 

Wanneer een dier in een groep leeft heeft hij meer kans om te overleven.

 

Heeft het dier vijanden? Welke?


Is het dier een vijand voor andere dieren?

 

Wat eet en drinkt het dier?


Hoe komt het dier aan voedsel?